• AmraMori

Jambette

Een klein advies: Ik raad aan om je paard eerst ‘voetje geven’ te leren voordat je aan Jambette begint. Mocht je paard namelijk ooit het spontane idee krijgen om een oefening met zijn benen uit te voeren, dan zal hij hierdoor minder snel voor Jambette kiezen; voetje geven kent hij namelijk dan al langer. Een plotselinge beweging naar achteren met de voorbenen is veel veiliger - voor zowel je paard als voor degenen om hem heen - dan een plotselinge uithaal naar voren. Ook raad ik aan om hele jonge paarden (onder 2 jaar) en paarden met slechte gewrichten de Jambette niet te leren.


Jambette is, volgens Google, het Franse woord voor ‘een beentje lichten’. Geen zorgen; je paard gaat bij deze oefening niet onderuit - of er moet toch wel iets héél erg mis gaan - maar tilt slechts één voorbeen van de grond. Het been blijft bij deze oefening naar voren gestrekt stilhangen voor de borst, en wordt pas weer (gracieus) neergezet door je paard als jij hiervoor het commando geeft. De oefening is enigszins te vergelijken met ‘pootje geven’ bij honden, alhoewel je bij je paard zéker niet de naar voren zwaaiende hoef moet proberen aan te nemen met je handen. Verbrijzelde vingerkootjes worden over het algemeen als redelijk vervelend ervaren.


Jambette zou misschien nog wel bij de kleine kunsten kunnen worden ingedeeld, maar omdat de consequenties van deze oefening - zoals al zeer subtiel naar voren is gekomen - heel groot kunnen zijn, hoort deze daarom ook bij de grote kunsten. Je paard gooit immers met veel kracht een been naar voren, waardoor Jambette ook heel snel kan evolueren in een Keiharde Knievernietigende Klap.


Bij het aanleren van deze oefening gebruik je altijd een zweep - deze gebruik je overigens als hulpmiddel, nooit om te slaan. Als je paard deze oefening voldoende kent, zou je deze ook eventueel op handcommando kunnen zetten. Ik heb dit bij Lieve wel gedaan, waardoor Lieve tegenwoordig al op een klein, bijna onzichtbaar commando overspringt naar Jambette en, een stadium verder, Spaanse Pas. Maak hierbij een goede inschatting van het karakter van je paard; hoe groot is de kans dat hij deze oefening te (Spaanse) pas en te onpas laat zien? Ik heb voor mijn subtiele handcommando’s gekozen omdat ik al heel snel ontdekte dat Spaanse Pas (waarbij ik niet stil kan blijven staan, maar ook naar voren moet bewegen) véél lastiger is uit te voeren vanuit de rolstoel met nog een zweep in mijn hand.

Met de zweep erbij was er namelijk nog maar één enkel handje over om aan de wielen te trekken, waardoor ik direct ook nog maar één enkele kant op kon - mijn bewegingsmogelijkheden slonken dus noemenswaardig. Hierdoor zei ik al vrij snel aju paraplu tegen mijn zweep, waardoor mijn eenrichtingsverkeer-probleem ook meteen opgelost was. In de aanleerfase van zowel Jambette als Spaanse Pas gebruik ik deze echter standaard, al is het maar zodat ik altijd, in iedere situatie, voldoende afstand kan bewaren tussen mijn kneuzige knietjes en de harde hoeven van de paarden.


Je positie bij Jambette is naast je paard; een paard kan niet opzij uithalen met zijn voorbenen, waardoor jij op die plek altijd veilig bent. Bij Spaanse Pas wordt er in de aanleerfase nog wel eens vóór het paard gelopen - waarbij je voor de veiligheid een extra lange zweep zult moeten gebruiken - maar hier zal ik uitgebreid verder op ingaan in de blogpost die de Spaanse Pas behandelt.


Je parkeert jezelf langs je paard en begint met je zweep te kriebelen in zijn oksel. Het kan heel goed dat je paard dan voetje gaat geven, omdat je hem dat - als het goed is - eerder hebt geleerd. Om hem te helpen kun je schuin voor hem gaan staan; je staat nog steeds buiten potentieel schopgebied, maar door je duidelijke positie naar voren geef je aan dat je nu iets anders wil.


Bij voetje stond je namelijk schuin naar achteren, omdat de beweging met de benen óók naar achteren ging. Nu sta je overduidelijk naar voren, waardoor je je paard al een kleine, subtiele hint geeft, een hulpsteuntje voor de beweging die je uit wil lokken. Vaak geven wij mensen met alleen de houding en de positie van ons lichaam al ongelofelijk veel informatie weg, en je paard gebruikt deze allemaal om ons zo goed en zo snel mogelijk te kunnen begrijpen. Gebruik natuurlijk ook een stemcommando dat in de verste verte niet lijkt op dat van voetje geven - ik zeg altijd ‘Póótje!’ bij Jambette - zodat je dubbel duidelijk maakt dat voetje hier niet de bedoeling is.


Zodra er iets gaat knarsen in het koppie van je knapperd - en of dat nou uit intelligentie is of uit irritatie voor het gekriebel in zijn oksel, dat maakt niet uit - en het voorbeen ook maar een halve millimeter naar voren wordt gehaald, klik je (en stop je natuurlijk met kriebelen). Verwacht niet teveel van deze eerste, voorzichtige voorwaartse beweging - waarschijnlijk is het gewoon een licht schrapen met de voet. Je paard is nog aan het testen of dit nou precies de bedoeling is, weet het allemaal nog niet zo zeker.


Daarom is het extra belangrijk om ook maar de meest minuscule bewegingen te belonen. Bevestiging is in de aanleerfase heel belangrijk. Ga niet te lang door - je kunt altijd beter te kort, dan te lang oefenen - zodat je paard enthousiast blijft en de al die nieuwe prikkels goed in zich op blijft nemen.


Wat wél heel belangrijk is; oefen de Jambette aan beide kanten! Het maakt niet uit of je paard (letterlijk) zijn beste beentje voorzet aan de ene kant en aan de andere zijde nauwelijks een hoefje naar voren schuift; wij zijn met de ene arm ook motorisch vaardiger dan met de andere. Ben (tenminste, in de aanleerfase) al tevreden met de kleinste bewegingen en verwacht zéker niet dat je paard na 1 dag oefenen gaat bewegen alsof hij Totilas de Tweede is. Heb daarom ook geen verwachtingen: ga de oefening niet vergelijken met die van andere paarden en probeer niet te werken naar een ideaalbeeld - dan vallen de beste beginnerspogingen nog tegen.


Na een tijdje oefenen zul je echter merken dat je paard dit nieuwe commando begint te begrijpen. Er komt nu standaard een beentje naar voren als je het zweepcommando geeft (de punt van de zweep tegen, of langs de oksel van je paard) en dát is het moment dat je gaat kijken naar de uitvoering van de Jambette. Alleen een vrolijk beentje naar voren is nu niet meer voldoende; het is inmiddels vanzelfsprekend dat je die krijgt, dat is niet moeilijk meer voor je paard.


Dus zorg jij ervoor dat die moeilijkheid weer een beetje terugkomt. De uitvoering van een Jambette verschilt per paard, waardoor iedere Jambette ook weer andere ‘verbeterpunten’ heeft. Dit staat tussen aanhalingstekens omdat iedere Jambette in feite goed is; wat de ‘juiste’ manier van uitvoering is, hangt sterk af van het perspectief van de trainer. Wat in mijn ogen perfect is, vind een ander misschien slechts prima. En dit is juist ook heel goed! Als ieder paard precies hetzelfde beweegt, zou er ook geen enkele bijzonder of opvallend zijn.


Ondanks dit mooie gemijmer weet ik toch echt wel een paar puntjes op te noemen die ik graag wil verbeteren; Lieve blijft het bijvoorbeeld erg lastig vinden om haar voorbenen lang stil te houden in de lucht - meestal komen ze na een halve seconde met een noodgang alweer naar de grond. Lieve’s pluspunt is dan weer dat ze altijd een ongelofelijk hoge Jambette heeft; haar knieën raken soms bijna haar mond. Haar Jambette is de definitie van kort en (zéér) krachtig.


Mimi was dan juist weer het tegenovergestelde; haar Jambette was niet heel erg hoog, maar ze hield haar voorbenen altijd langdurig en kaarsrecht in de lucht. Hierdoor kwam haar Spaanse Pas af en toe wel wat houterig over, iets waar Lieve met haar vurige, vlugge uithalen dan weer totaal geen last van heeft.


Maar hoe verbeter je nu dit soort kleine dingetjes? Eigenlijk is het heel simpel; je beloont enthousiast als je paard kleine verbeteringen laat zien in datgene wat jij graag anders wil. Is de Jambette bijvoorbeeld stamperig, wordt het been niet zachtjes teruggezet op de grond? Beloon dan uitbundiger als je paard het - voor zijn doen dan - rustig neerzet. Bij voldoende en consequente bevestiging zal je paard dan vanzelf zijn bewegingen aanpassen, want daar wordt hij immers meer voor beloond. Als je paard vaker deze verbeteringen laat zien, beloon je op een gegeven moment natuurlijk alleen nog maar voor die specifieke, juiste manier van de Jambette. Zo verdwijnt die foute uitvoering vanzelf.


Ook kun je vaak nog een heel verschil maken met je zweep; is de Jambette niet hoog genoeg? Vraag dan de oefening met de zweeppunt wat hoger en duidelijker in de oksel, zodat je paard eerder geneigd is om zijn benen ook hoger uit te slaan. Blijft het been niet lang genoeg in de lucht? Vraag dan de Jambette duidelijk, met meer zweepdruk (het moet natuurlijk geen pijn doen, je geeft enkel een nadrukkelijkere hulp) en haal die pas weg als je paard zijn been weer neerzet. Zo bepaal jij via de zweep de duur van het zweven van het been.

Dit hooghouden vergt echter veel van het spiervermogen van je paard; dit zul je op moeten bouwen, verwacht niet teveel. Het is ook niet vreemd als je paard zijn been wel lang in de lucht houdt, maar deze niet stil kan houden. Ons been zou ook gaan trillen als we deze voor lange tijd hoog moeten houden. Heb dus, nogmaals, veel geduld en geen verwachtingen!


Als je paard uiteindelijk de Jambette naar jouw mening goed uitvoert (aan beide kanten natuurlijk) zou je de zweep ook achterwege kunnen laten. Denk hier goed over na; wil je wel hebben dat je paard op een klein, door-iedereen-makkelijk-te-geven handgebaar zijn hoef met veel kracht naar voren gooit?


Vanuit een rolstoel heeft dit - zoals al eerder gezegd - echter veel voordelen. Vooral bij Spaanse Pas, wat eigenlijk een aanhoudende Jambette in stap is, kan dit vereenvoudigde commando de oefening toch wel een heleboel gemakkelijker maken. Het omschakelen van deze commando’s is heel simpel: op de plek in de oksel waar je normaalgesproken het zweepcommando gaf, tik je nu met je wijsvinger. Meestal begrijpt een paard deze nieuwe manier van Jambette vragen heel snel - als extra hulpsteuntje zou je ook nog het stemcommando kunnen toevoegen.


Je verwijdert je vinger steeds verder van je paard; het is de bedoeling dat je uiteindelijk de Jambette vraagt met een wijzende, en niet met een aantikkende vinger. Zo verdwijnt de kans dat jij per ongeluk een kapot klauwtje oploopt door een overenthousiaste hoef. Daarom is het ook van belang dat je de Jambette aanleert vanuit de oksel van je paard, een plek die relatief hoog is op het been en uit de buurt is van die knots van ‘n voet. Zo zijn je vingers, mocht je willen omschakelen, veel veiliger.


De Jambette is bovendien nog met allerlei oefeningen te combineren: de bekendste is waarschijnlijk wel die met het blok; het paard staat op een verhoging en houdt zijn ene voorbeen gestrekt voor zich uit. Ook gaat Jambette samen met de oefening zitten, maar dit is heel, héél erg moeilijk en vraagt echt het absolute uiterste van het evenwichtsgevoel. Het is dan ook niet vreemd als je bij zo’n combo-oefening een veel ‘slechtere’ Jambette krijgt dan normaal; de moeilijkheidsgraad is significant omhoog geschoten, en het duurt even voordat je paard in zo’n moeilijke oefening zijn oude draai weer gevonden heeft.


Vraag overigens moeilijke oefeningen niet te vaak en niet te lang; deze eisen veel spierkracht en je wil natuurlijk niet dat je paard geblesseerd raakt. Switch na een zwaar kunstje (zowel fysiek als mentaal) altijd over na een gemakkelijkere oefening.


Jambette is dus een mooie oefening, die op allerlei manieren kan worden uitgevoerd en ook zeer veelzijdig kan worden toegepast. Deze oefening is de basis van de Spaanse Pas en ook een van de eerste vergevorderde kunstjes die je waarschijnlijk met je paard zult gaan beoefenen. Zet dus je beste beentje voor!


Tot de volgende keer!